Het project Gronings Vuur reist van september 2019 tot en met december 2020 door de provincie Groningen met een cultureel programma. Met muziek, fotografie, film, gedichten, gesprekken en kunst halen we op wat er zich afspeelt in de provincie.

Dichters Midden-Groningen

Vier dichters uit Midden-Groningen, afkomstig van het project ‘Dichter bij het Verleden’, werkten mee aan de eindpresentatie van ’t Huwelijk.

Remda Spoelstra, Gerard Rozeboom, Rob Rosendahl en Laura Meinders schreven de trouwgeloften van Kiel Zog en Draadje Carnivale en droegen deze ook voor in de kerk in Noordbroek, tijdens de huwelijksceremonie. Daarnaast was er nog een gedicht van de hand van Remda Spoelstra te horen.

Trouwgelofte Kiel Zog

Toen ik je zag, wist ik ‘t meteen
zoals Draadje Carnivale is er maar één
Zoals jij daar stond aan ’t Schildmeer
Wist ik het gelijk, ik wilde meer

Je kunstzinnige blik gaf mij die blos
Ik voelde mij goed, de remming ging los
Je expressie deed wonderen voor mijn gemoed
Ik ben zo blij dat ik jou heb ontmoet

Je dreadlocks, je punkhaar, potsierlijke jurk
Je haakwerk, je clownsneus gemaakt van een kurk
Je kilt, je getokkel op een oude gitaar
raakte bij mij, die gevoelige snaar

Dagelijkse sleur smolt als sneeuw voor de zon
Toen ik samen met jou aan de knofknakker begon
Knoflook bracht ons in hogere sferen
Zo wil ik vaker met jou gaan dineren

Daarom, mijn lief vraag ik vandaag
Wil je met mij trouwen, ik zie je zo graag
Wil je Hollandse spelletjes met me spelen
Regendans doen, een lappenkleed delen

Ik geef je, mijn liefste, een podium plek
Kus je zwoel wakker met een heerlijke snack
Mijn werkplaats heeft plek genoeg voor ons twee
Dus lief Draadje Carnivale, rode loper, entree

Trouwgelofte Draadje Carnivale

Ik leerde je kennen als podiumbeest
Theatraal ventje ruimhartig van geest
De rode loper is waar het begon
je voerde me mee tot aan het balkon

Je raakte mij in mijn kunstzinnige ziel
pakte mij beet, verleidde subtiel
mijn handen mochten experimenteren
vormen ontdekken, beelden creëren

Als was in mijn handen boetseerde ik jou
Je lijf staat nu pronkend bij mij op de schouw
De sterren die avond neergestreken
worden nog dagelijks door ogen bekeken

Kiel Zog aan de bar van het Grand café
bestelde jij rode wijn voor bij het diner
De liefde ging toen niet alleen door mijn maag
Mijn buik bevatte een heuse vlinderplaag

We dansten op ritme, van vele soorten muziek
Jazz, Blues, House en heel echt Klassiek
Ik liet mijn vervoeren, het voelde vertrouwd
tonen uit koper, ivoor, galblaas en hout

Met jou wil ik dansend het leven vieren
Laat ons samen het leven bestieren
Kiel Zog ik geef je mijn volle glorie
Ik wil je, verdorie!

Gedicht ‘Ik zag ze samen’

Ik zag ze samen met een kater
broodjes bakken in een schuur
’t was al ver na middernacht
Draadje nam een hapje
van het zoete warme deeg
Terwijl Kiel al zwetende
in haar bruine ogen keek

Ik zag op een landweg
Kiel zijn fiets parkeren aan de kant
’t was september 2016 dat hij
In het veld met hoge passen
over slootjes soepel sprong
zich toen bukte voor ‘t boeketje
mosterdzaad, voor zijne lief

Ik zag hoe Draadje holde
de bieten van de grond
Waar tegen ‘t schemerdonker
waxinelicht in stond
Zij dronken Rooie Rinus
en hadden veel plezier
Het resultaat staat voor ons, ze zijn nu immers hier

Ik zag hoe ze bij elkaar pasten
en ook weer niet
als parallellen zochten zij zich een weg
Ja het is waar, liefde maakt niet ieder kind
maar wel ieder kind weer blind, van wat het zal verliezen
en het moet kiezen voor wat er nog niet is
maar wel gewend te verliezen

(Remda Spoelstra)