Brandstof in Westerkwartier: een avond vol verhalen en muziek
In een volgepakt Dorpshuis De Rotonde in Niekerk was donderdagavond de eerste inwonersavond van Gronings Vuur in de gemeente Westerkwartier. Vijf inwoners deelden tijdens ‘Brandstof’ boeiende verhalen over een specifiek onderwerp met betrekking tot hun leefomgeving. Een verslag.
René Siertsema en Ronald Jongsma, twee leden van de vijfkoppige band Trap Aan!, bijten het spits op muzikale wijze af. De band maakt naar eigen zeggen ‘plattelandsrock’, ook wel bekend als dialectrock. In het Westerkwartiers. Deze avond spelen ze in een kleine, akoestische setting, maar het enthousiasme is er niet minder om bij de heren.
‘Tied Het Gien Schaft’, is de boodschap van het gelijknamige eerste nummer. Daarna volgt een ode aan het platteland.


,,Wat is er mooier dan de avond zo aan te trappen?”, vraagt presentator Wessel Spijkerman daarna hardop aan de zaal.
In een kort gesprekje met de muzikanten vertellen de twee over hun liefde voor het Westerkwartier en het dialect. Hoe het is om hier op te groeien? ,,Kinst ’t minder treffen”, antwoordt zanger René droogjes. ,, En ’t mooist is: wie doen ’t hier allemoal met mekoar.”
Met elkaar
Die ‘met elkaar’ komt vaker terug deze avond. Presentator Wessel vertelt kort over zijn link met het Westerkwartier. Hij is zelf ‘import’, maar woont inmiddels al 6 jaar met veel plezier in Zuidhorn. ,,En ik kom overal oude verhalen tegen van familie die hier wel woonde.”
Wessel introduceert daarna Gea Smidt, algemeen en artistiek leider van Gronings Vuur. ,,Het voelt een beetje emotioneel”, erkent Gea. ,,Dit is de laatste gemeente die we aandoen.”

Concept Gronings Vuur
Want een soortgelijk traject heeft Gronings Vuur inmiddels in alle voorgaande gemeenten van de provincie Groningen afgelegd. Voor dit nieuwe publiek doet Gea het concept nog eens uit de doeken. ,,We willen het gesprek op gang brengen over leefbaarheid en klimaatverandering. Daarbij willen we van jullie, de inwoners, weten hoe het is om hier te werken, wonen en te leven. Op basis van die verhalen maken we een voorstelling.”
Het ‘provinciale karakter’ van Gronings Vuur wordt geïllustreerd door de verzamelde vlaggen die voor iedere gemeente gemaakt worden. De vlaggen symboliseren een nieuwe gespreksruimte. Geert Huisman, buurtwerker bij Sociaal Werk de Schans en één van de twee lokale aanjagers in Westerkwartier, onthult de variant voor ‘zijn’ gemeente.


Wie is de Westerkwartierder?
Voordat de sprekers aan het woord komen, stelt Wessel nog een vraag aan het publiek. ,,Ik vraag jullie je ogen te sluiten. Stel je voor dat je thuis bent en je gaat de deur uit. Lopend, op de fiets of in de auto. Je rijdt de straat uit. Wat zie je? Wat ruik je? Wat hoor je? Wie zijn de mensen die je onderweg tegenkomt? Groet je ze? Herken je ze? Herken je jezelf in hen?”
,,Wat kenmerkt de Westerkwartierder?”, is de hoofdvraag.

,,Ik zie veel bekenden en zal altijd mijn hand opsteken. Moi!”, klinkt het uit het publiek. ,,Soms is er sprake van valse bescheidenheid hier”, reageert een ander. ,,Als wij de schouders ergens onder zetten, komt het voor elkaar. En de taal is het belangrijkste. Dat verbindt. Dat zit in mijn DNA.”
,,Het Westerkwartier is vooral de taal”, zegt weer iemand anders. ,,We praten Fries, Drents en Gronings door elkaar. Maar we zijn onszelf.”
Jan Hut over ‘de geschiedenis van Westerkwartier’
Jan Hut betreedt dan als eerste spreker het podium. Jan woont al zijn hele leven in het Westerkwartier en hij deelt zijn kennis over de gemeente. ,,Ik ben ‘aan het voeteneind’ van de gemeente geboren”, steekt hij van wal. ,,In het gebied waar vroeger alleen heide en veen was.”
Hij doelt op Zevenhuizen, de plek die 58 jaar zijn woonplaats was. 10 jaar geleden maakte hij de oversteek van zuid naar noord, waar Visvliet zijn nieuwe thuis werd.


‘Roeg volk’
Jan neemt de toehoorders – in het Westerkwartiers – in vogelvlucht mee door de geschiedenis en de ontwikkelingen binnen de gemeente. ,,In het zuiden woonden de veenarbeiders en de keuterboertjes”, doceert hij. ,,Roeg volk.”
Hij vertelt ook over hoe de heide en veen honderden jaren geleden in het bezit was van de borgen als Nienoord, Coendersborg en Tonckensborg. En hoe de borgheren elkaar bij tijd en wijle bevochten.
Het gebied kwam landelijk in het nieuws toen op 11 juni 1833 een groot deel afbrandde. Zestig woningen sneuvelden en er waren vier doden te betreuren. ,,Er werd zelfs een landelijke collecte gehouden. Over Gronings Vuur gesproken”, grapt hij.
Gescheiden
Jan schetst het contrast binnen de populatie: heidebewoners en veenarbeiders hadden niks met hun veenbazen, en andersom. Ze leefden gescheiden van elkaar. Vanuit een dorp als Tolbert werd neerkeken op Zevenhuizen. En dat gevoel slijt lastig, illustreert Jan met een voorbeeld: ,,Mijn mondhygiëniste vertelde me 20 jaar geleden dat ze had gehoord van een kennis: ‘Zevenhuizen, daar wonen toch de knechten en dienstmeiden?’ Ik denk dat dat gegeven nog steeds een beetje voelbaar is.”
Zelfredzaam
Jan ziet het wel als een mogelijke verklaring voor de zelfredzaamheid die in het zuiden heerst. Aanpakken. Samenwerken. ,,Als er een donkere kruising was en de gemeente wilde er geen lamp aanleggen, dan deed het buurtschap het zelf. De stroom kwam van de dichtstbijzijnde woning en de eigenaar kreeg jaarlijks een vergoeding voor de kosten.”
Hij vervolgt: ,,Toen ergens in de zestiger jaren gas in Nederland werd aangelegd, hield dat 1,5 kilometer buiten het dorp op. De handen werden in elkaar geslagen en er werd nog 2,5 kilometer zelf gegraven. Ik zie mijn vader nog aan de geul staan.”
Invloed van het water
,,Ga je naar het noorden, dan kom je in de kleigebieden, gevormd door de zee die eeuwenlang het volk de wierden op joeg. Visvliet ook zo’n wierde”, gaat Jan verder. ,,Misschien ook wel vergelijkbaar met de veenarbeiders: eigengereid proberen de elementen te temmen.”
,,En natuurlijk de rivieren Lauwers en Reitdiep die zorgden voor levensonderhoud. Invloed van de zee nog te bekennen.”
Verandering
Jan merkt een verandering op in het samenleven: ,,De laatste decennia is er iets veranderd: de import heeft veel van die kleine boerderijtjes opgekocht. Er staat een paardenbak achter de woning, natuurlijk met een hek eromheen. Rust en privacy willen ze hebben.”
Hij sluit af met een karakteristiek voorbeeld over de eigenheid van de Westerkwartierder. ,,De grotere kernen worden door de loop van de tijd gevuld door forenzen die over het algemeen steeds minder zich inzetten voor de omgeving waar ze wonen. Ze hebben vaak wel een uitgesproken mening. Maar als je het hebt over het vuur, dan heb je in de grotere plaatsen niet veel te zoeken. Duik in de dorpen, ervaar de passie voor de gemeenschap.
Niet voor niets kwamen bij de verkiezing van het leukste dorp van Groningen, waar 175 dorpen aan meededen, 4 dorpen uit de top 5 uit het Westerkwartier. Als we ergens door getriggerd worden, gaan we ervoor.”
Marjan Hoekstra over ‘De mens in het Westerkwartier’
Na Jan is het de beurt aan Marjan Hoekstra. Marjan deelt haar indrukwekkende en inspirerende verhaal over ‘de mens in het Westerkwartier’.
,,Wat maakt ons ons? Wat drijft ons en waar klopt ons hart sneller van? En ben ik dan ‘een echte’?”, begint ze haar verhaal. ,,Volgens mijn DNA ben ik 78.2% Nederlands. Of eigenlijk 78.2% Gronings, Fries, Drents. Mijn conclusie: 78.2% Westerkwartiers!”
,,Door de ligging in het mooie Groningen maar grenzend aan Friesland en Drenthe is het Westerkwartier een smeltkroes van de Noordelijke provincies.”


Diversiteit
Ze vraagt zich – net als presentator Wessel eerder – af: wie is nou die mens in het Westerkwartier? ,,Zo divers als ons landschap is van mooie boomrijke omgevingen, veel groen, weidse uitzichten over de landerijen, van de grote dorpen met een stedelijke uitstraling tot de kleine historische dorpjes. Zo divers is ook de mens. Van Abel Tasman tot IJje Wijkstra..”
Marjan somt een aantal kenmerken op: ,,Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. We zijn ondernemend, maar kijken wel eerst de kat uit de boom. Hulp vragen is soms lastig, want wij doen het liever zelf. We zijn ook trots, eigenzinnig en eigenwijs, soms zelfs een beetje rebels.”
Tegenslagen
Ze vertelt vervolgens hoe ze zelf veel heeft meegemaakt in de gemeente waar ze haar hele leven woont, werkt en haar gezin stichtte. Over tegenslagen die ze moest verwerken. Over vallen en weer opstaan en over hulp zoeken én krijgen. ,,Over hoe voor mij het Westerkwartier en de mensen hier als thuis zijn gaan voelen. Hoe vreemden bekenden en zelfs vrienden werden, en waar ik mezelf telkens weer geliefd en gezien voelde.”
Marjan groeide op in een gezin met haar ouders en een oudere broer en zus. Vader werkte, moeder was thuis voor de kinderen. Op zaterdag was het voetbal en op zondag de kerk. ,,In die tijd was dit denk ik in veel gezinnen zoals het ging”, aldus Marjan.
Haar vader overlijdt jong en als haar moeder er alleen voor komt te staan, is er naast het verdriet van het verlies ook de zorg om geld. ,, Armoede werd toen niet benoemd zoals dat tegenwoordig wel benoemd wordt. Ik heb hier als kind nooit veel van gemerkt. Alles wat nodig was, was er. Mijn moeder kreeg hulp waar nodig van familie, kennissen en uit het dorp.”
Verder werd er veel zelf opgelost, zegt Marjan. ,,Zo doen we dat hier: schouders eronder en door..”
Naarmate ze ouder wordt, bouwt ze vriendschappen in de buurt op. ,,We ontmoetten elkaar op school en op straat, het buurthuis of het dorpsfeest. In ieder dorp was wel iets te doen en gelukkig zijn bijvoorbeeld de dorpsfeesten door het hele Westerkwartier nog steeds een plek waar jong en oud elkaar ontmoeten voor een sportieve activiteit, een drankje en een dansje.”
Vallen en opstaan
In haar volwassen leven krijgt ze ook de nodige uitdagingen voor haar kiezen. ,,Ik ben gevallen en weer opgestaan. Ik kreeg twee prachtige dochters, maar het pad liep weer anders dan verwacht. Opnieuw kwam armoede in mijn leven”, spreekt ze openlijk.
Haar eerste impuls: ,,Zelf doen. Want ja zo doen we dat hier!”
Ze besluit het echter over een andere boeg te gooien: ze praat erover met anderen. ,,Door te praten, te vertellen en te delen, ontdekte ik dat ik het niet alleen hoefde te doen. En door hulp te vragen, kwam ik uiteindelijk in de schuldsanering waarmee ik stappen naar de toekomst zette.”
De hulp die ze nodig heeft, komt van de juiste instanties, maar vooral ook door de gemeenschap, benadrukt ze. ,,Kleding voor de kinderen, soms met zakken tegelijk. Een extraatje met Pasen en met Kerst. Zoveel lieve mensen die meedachten. Ik deed het zelf maar niet helemaal alleen”, klinkt het dankbaar.
Zware klap
Begin 2020 krijgt ze opnieuw een zware klap te verwerken: haar jongste dochter krijgt een ongeluk en loopt niet-aangeboren hersenletsel op. ,,De achtbaan die volgde, heeft diepe en blijvende sporen achtergelaten”, aldus Marjan. ,,Bij haar, bij haar grote zus, bij mij als moeder en de mensen om ons heen. Lamgeslagen door onzekerheid en verdriet, sloegen vele mensen een warme deken om ons heen.”
Weer komt de saamhorigheid van de gemeenschap bovendrijven. ,,Lieve woorden, kaartjes, knuffels, geld-donaties anoniem door de brievenbus”, geeft ze als voorbeelden. ,,Ik voelde me gedragen door mijn familie en naasten maar ook de gemeenschap om me heen. Op de momenten dat het even zelf niet lukte, werd ik gezien en geholpen.”
Verhaal delen
Marjan kiest er bewust voor om haar verhaal te delen, om haar stem te laten horen, vertelt ze aan het einde van haar indrukwekkende monoloog. Sterker nog: ze maakte er haar werk van. Ze is ervaringsdeskundige bij Sociaal Werk De Schans en buurtwerker. ,,Ik kreeg de kans om wat het leven mij had geleerd over het zelf doen, hulp vragen en dat er na vallen ook weer opstaan mogelijk is te delen met anderen.”
,,Zegt dit alles nu iets over mij of over de mens in het Westerkwartier?”, gaat ze richting een afronding. ,,Ik denk beide. Wat ons uniek maakt, is die mengelmoes van kwaliteiten, maar vooral weten waar en wanneer je ze moet gebruiken om het samen te kunnen doen.
Voetstappen van klein naar groot,
Ik leef mijn eigen leven hier,
Van mijn wieg tot aan mijn dood,
In mijn mooie Westerkwartier.
Na een pauze trekt Trap Aan het programma weer op gang.
Oekraïense Tanya bedankt de Nederlandse mensen
Presentator Wessel introduceert de volgende spreekster. Dat is de 45-jarige Tanya uit Oekraïne. Tanya kwam 4 jaar geleden vanwege de oorlog met haar twee kinderen naar Nederland.
,,Dit is de eerste keer dat ze in het Nederlands voor een volle zaal spreekt”, geeft Wessel nog mee.
Tanya vertelt dat ze in Sebaldeburen woont met haar zoon en dochter. Laatstgenoemde zit trots op de eerste rij en filmt haar moeder.
,,In de 4 jaar van mijn integratie heb ik de Nederlandse taal geleerd.”
Betrokkenheid
Wat opvalt. is de zorgzaamheid en betrokkenheid van Tanya. Ondanks de wrede oorlog in haar thuisland, blijft ze omkijken naar anderen. ,,Ik vind het leuk om met mijn buren in contact te blijven”, zegt ze daarover. Toen haar buurvrouw onlangs van de fiets viel, bracht Tanya een bosje rozen en een kaartje.
,,En mijn andere buurvrouw is zwanger. Ik fiets elke dag langs en kijk door de ramen of het al tijd is om haar te feliciteren.”
,,Ik vind het echt leuk om mensen blij te maken”, vat ze samen. ,,Mijn hoofd denkt dan minder aan oorlog.”
Tanya zet zich verder in als vrijwilliger. In de kantine bij Grootegast, wandelen met ouderen en ze helpt bij het UMCG, waar gewonde soldaten uit Oekraïne komen. ,,Daar help ik met koken en ook met vertalen.”
,,Mijn kinderen doen het goed op school”, vertelt ze trots. ,,En ze voetballen allebei hier in Niekerk. Daar help ik ook in de kantine met schoonmaken.”
,,Ik vind het fijn om met mensen te praten. Daardoor krijg ik altijd veel hulp. Daar ben ik erg dankbaar voor. Nederlandse mensen zijn aardig. Bedankt allemaal!”


Geert Zijlstra en Nico Boele over natuurontwikkeling
Geert Zijlstra en Nico Boele zijn de laatste sprekers van de avond. Het duo maakt al 3 jaar podcast ‘De Verbiending’. Normaal gesproken nemen ze al lopend door het landschap hun afleveringen op, nu doen ze dat ‘live’ tijdens Brandstof.
,,Twee oude mannen die iets met moderne techniek doen..”, opent Geert luchtig. Hij vertelt hoe hun podcast ooit tot stand kwam. ,,Nico zat een beetje in de lappenmand. Ik kwam op een ochtend bij hem en we gingen een rondje lopen. We raakten in gesprek en het is in anderhalf uur geen moment stil geweest. Hij wees mij op allerlei plantjes en het landschap, en ik heb hem verteld over de verhalen van het Westerkwartier.”
Podcast geboren
Zonder dat ze het van tevoren weten is hun podcast geboren. Een ict’er, verteller en spreker (Geert) en een oud-boswachter (Nico) vormen een gouden duo. ,,We zijn nu 3 jaar aan de loop”, zegt eerstgenoemde. ,,We spreken ergens af met onze techneut, gaan aan de wandel en bespreken wat we tegenkomen. Wat wij belangrijk vinden is de verbinding tussen de bodem – de blueprint van het Westerkwartier – en dat wat daar op gegroeid en gebouwd is. De planten, dieren en vooral de mensen.”
Aan de hand van een historische hoogtekaart, duidt Nico vervolgens kort de verschillende soorten landschappen die het Westerkwartier rijk is. En dat deze zijn ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd. ,,Het is een buitengewoon bijzonder gebied”, vertelt de geboren Zuid-Hollander. ,,Dat zou je niet zeggen als je er doorheen rijdt, maar de hoogtekaart geeft een prachtig mooi beeld.”

Nico verhuisde bijna een halve eeuw geleden naar het Westerkwartier. ,,Ik wist wat ik wilde worden. Daarom ben ik hier gekomen.”
Geert haakt in: ,,Hij was de enige boswachter in Nederland die geen bos had. Maar daar heeft hij meer dan 40 jaar aan gewerkt. Nu is er veel meer bos- en natuurgebied.”
Nico maakte de tijd mee dat de overheid vond dat Westerkwartier een grote natuurwaarde had. Grond werd aangekocht, boeren vertrokken en Staatsbosbeheer zorgde voor het land. Nico merkt dan al: plannen opdringen bij de bevolking werkt niet. ,,Er is wel eens een hoofdingenieur om half 10 in de Jonkersvaart beland”, vertelt hij lachend.
Van onderop
De inmiddels gepensioneerde boswachter weet dan al: van onderop werkt beter. Samen. Met elkaar in plaats van tegen elkaar. ,,Mensen hebben zoveel passie en betrokkenheid bij het landschap. Dat zit in de genen. De rode draad in mijn werk was om te ontdekken hoe ik de verbinding kon leggen met de mensen die met hart en ziel van dit landschap houden.”
,,Als ik terugkijk, bestond het grootste deel van het werk uit het maken van contacten. Het leggen van verbinding. En degene met de grootste mond, maakte je voorzitter. Zo kwam er steeds meer vertrouwen. We hebben veel projecten gedaan, dat is fantastisch om te zien.”
,,Mensen hier zijn niet afhankelijk van de overheid, maar doen het op hun eigen manier. Samen. Daar moeten we veel meer oog voor hebben.”
Het landschap blijft boeien, vinden beiden. Geert: ,,Je kunt echt van dit gebied genieten. We verbazen onszelf elke keer weer. Of je hier nou woont of op vakantie komt: er is genoeg te ontdekken.”


Curringherveld
Ze benoemen onder meer het Curringherveld. Naast een divers natuurgebied is dat ook een ontmoetingsplek. Voor jong en oud. ,,Dinsdagmorgen komen daar acht tot tien man koffiedrinken. Zij beheren het gebied, maar ook de kinderen van de Groene Borg komen op dinsdag. Zij werken in het veld. Helpen mee met snoeien, wilgen knotten of aardappels poten”, zegt Nico.
De school groeit zelfs in leerlingenaantal. ,,Nu dient het volgende probleem zich aan: ouders willen hier wel wonen, maar er zijn niet genoeg huizen. Plaatselijk Belang is bezig om te kijken hoe we er een straatje bij kunnen krijgen.”
‘It takes a village to raise a child’, is hun samenvatting. En een andere wijze raad: ,,Kijk met een andere bril naar je omgeving. Loop niet te hard, want dan zie je veel meer.”
Artistiek leider Karlijn Benthem stelt zichzelf voor
Richting het einde van de avond is het de beurt aan Karlijn Benthem om zichzelf voor te stellen. Karlijn is de artistiek projectleider namens Gronings Vuur in gemeente Westerkwartier. Zij bedenkt op basis van alle verhalen die ze hoort samen met cultuurmakers uit Westerkwartier een concept voor de voorstelling die in september dit jaar te zien is. Inwoners en cultuurprofessionals uit Westerkwartier kunnen hieraan meedoen. En de vorm van die productie ligt wat Karlijn betreft nog helemaal open.
Ze herkent zich in de eerder genoemde smeltkroes. Als geboren Fries trok ze naar Drenthe om via Arnhem en Amsterdam in Groningen te belanden. ,,Ik woon nu in de stad, maar ik ben opgegroeid in een dorp waar je rode dieselolie tankte bij de buren met een slang en trechter.”


,,In een klein dorp zijn kleine problemen. De grote dingen werden niet altijd aangekeken, maar er werden wel grootse dingen gedaan. Theatervoorstellingen hielpen om iets voor te stellen bij het volwassen leven”, vertelt ze. ,,Nu is de vraag om – met jullie – te kijken wat hier speelt. Om met elkaar na te denken welke vorm dat krijgt. Iets wat recht doet aan de leefomgeving waar jullie je in bevinden.”
‘Eervol’
Karlijn is directeur van het Jonge Harten Festival, eigenaar van Gebied B (,,we maken projecten waar niemand op zit te wachten tot ze er zijn”) en ontwikkelde mee aan Gronings Vuur. ,,Ik vind het heel eervol om de komende tijd met jullie te werken en dat ik de laatste voorstelling in de rij mag maken.”
Vervolgens vat ze op treffende wijze samen wat ze tijdens deze eerste avond gehoord heeft. ,,Als je een schip wilt bouwen, zoek dan geen mensen die hout bij elkaar zoeken, maar zoek mensen die samen verlangen naar de open zee.”
Karlijn ziet de voorstelling – en het traject daar naartoe – als middel en als doel, blijkt uit haar antwoord na een vraag uit het publiek. ,,Het is een eindpunt van een proces, maar ook het startpunt van nieuwe dingen.”
Afsluiting
Presentator Wessel vraagt tot besluit of mensen nog iets gemist hebben of iets toe willen voegen aan dat wat al besproken is. Daaruit blijkt dat er nog wel verdeeldheid heerst binnen de gemeente.
,,Volgens mij bestaat de Westerkwartierder niet”, is een reactie. En: ,,De gemeente Westerkwartier is iets anders dan de streek”, vult iemand anders aan. Die opmerking kan op veel bijval rekenen. ,,Mensen ten noorden van Zuidhorn voelen zich niet gehoord en niet betrokken bij de gemeente.”
Bezoekers kunnen daarnaast nog een boodschap achterlaten op kaartjes die onder hun stoel liggen.

Trap Aan! maakt het programma tot slot op muzikale wijze rond. Na afloop wordt er nog volop nagepraat bij de borrel.
Opbrengsten gepresenteerd tijdens Kampvuur
De komende weken worden nog op meerdere manieren verhalen opgehaald. Op vrijdag 20 maart geven we tijdens Kampvuur een samenvatting van al deze opgehaalde verhalen. Ook geeft regisseur Karlijn dan een vooruitblik op de voorstelling en hoe belangstellenden hieraan mee kunnen doen.
Kampvuur is in de CazemierBoerderij in Tolbert. Ook deze avond begint om 19.30 uur en de toegang is weer gratis. Aanmelden kan via info@groningsvuur.nl of via dit formulier.
Foto’s bij dit bericht gemaakt door Marijn Boeré.