03.04.2024

'Kampvuur' in Op Maarhuizen, over de verhalen en de voorstelling die komen gaat

Op een prachtige windstille voorjaarsavond met een schitterende zonsondergang opent de monumentale boerderij Op Maarhuizen de deuren voor ‘Kampvuur’: de laatste in de reeks van bijeenkomsten waar Gronings Vuur verhalen ophaalt in Het Hogeland voor de voorstelling in september. 

Sara Scholten, theatermaker en gespreksontwerper, presenteert deze avond samen met cultureel aanjager in deze gemeente, Wilbert van de Kamp.

Bij binnenkomst klinkt muziek, gespeeld door Bart de Vrees, Jordy Richir van de Rijdende Popschool en de 16-jarige Finnegan Henriquez uit Pieterburen. Finnegan: ‘Ik kom oorspronkelijk uit Aruba, maar woon hier al bijna mijn hele leven. Mijn passie is muziek maken, ik speel vooral jazz. Wat mij daarbij drijft is mensen blij maken.’

Finnegan Henriquez op de piano

Sara legt uit wat Gronings Vuur is. Dat is hier nog een keer te lezen. 

De eerste verteller van deze avond betreedt het podium: schrijver Willem Tjebbe Oostenbrink. Hij leest het gedicht voor dat hij schreef naar aanleiding van het interview met Swanny Beukema, oprichtster van Dasjagoud. Een gedicht over gemeenschap, de minsken, ’t laand, Grunnegs proaten en aan de proat roaken met mekoar.

Willem Tjebbe Oostenbrink

Het publiek krijgt vervolgens van Sara de opdracht om op een kaartje te schrijven wat zij een typische Hogelandster karaktereigenschap vinden. Opgeschreven wordt bijvoorbeeld: (te) vriendelijk, nuchter, ondernemend, creatief, landschappelijk bewust.

De tweede schrijver is aan de beurt: Michael ter Maat, hij interviewde Jan Dirk Gardenier. Een verhaal over de mens met een inspirerende slot zin: ‘Laten we luisteren tot we zeker weten dat niets in stilte achterblijft.’

Michael ter Maat

Hierna blikken Sara en Wilbert terug op de avond waar 5 Hogelandsters kennis deelden: Brandstof. Het ging over streektaal, cultuur, eenzaamheid, woningnood en het landschap.

Sara Scholten en Wilbert van de Kamp

Maar iets wat het publiek die avond miste, was een bijdrage over een belangrijke sector in het Waddengebied: de visserij. Daarom geven zij vanavond alsnog het woord aan Barbara Rodenburg van Goede Vissers en ’t Ailand.  

Barbara Rodenburg en Wilbert van de Kamp

Barbara: ‘Ik ben visser en haal voedsel uit de natuur via de haven naar de mensen, zodat zij kunnen eten. De visserij is heel belangrijk, en voor mensen zoals ik een belangrijk onderdeel van het leven. We leven met de wetenschap dat het nooit zeker is of iedereen levend terugkeert van zee. 

In deze tijd is er een enorme onzekerheid is onze sector, en dat werkt verlammend. Vissers zijn van oudsher kanjers in zich aanpassen, zij doen niet anders dan rekening houden met wijzigingen in visstanden, het weer, de wind enzovoort. Maar de nieuwe regels en onzekerheden slaan deze flexibiliteit dood. 

Wilbert: ‘Welke rol hebben wij om de visserij te behouden?’ Barbara: ‘Dat vind ik lastig te beantwoorden. De zee wordt door vissers totaal anders beleefd dan door mensen op het land. Er is op zee geen klok, geen planning en we leven met het getij en de veranderende omstandigheden. Op zee voel je je -ondanks je best grote boot- gewoon heel klein. Je ervaart daar niet dat je invloed hebt op de visstand en het milieu. Toch zijn we niet machteloos. Ik adviseer mensen om heel goed voor hun eigen leefomgeving te zorgen. Dat ene snoeppapiertje op te pakken en bij het afval te gooien, zodat het niet in de zee eindigt in de plastic soep. Want álles komt uiteindelijk in de zee.’

Na de pauze leest Willemijn van de Walle haar gedicht voor, geïnspireerd door het gesprek met Wahabou Abidou, over diversiteit.

Sara vraagt hem wie er volgens hem extra aandacht verdient. Wahabou: ‘De statushouders. Dit zijn namelijk de nieuwe Groningers, de mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en hier dus blijven. De spreken de taal nog niet maar horen er wel bij. Ik sta hier omdat ik een kans heb gekregen, en omdat mensen om mij heen mij hebben geholpen. Integreren en participeren bestaan niet alleen op papier.’

Sara vraagt ook het publiek, hieruit klinkt vervolgens dat er meer aandacht mag komen voor de kinderen. Er zijn goede scholen en voorzieningen in de buurt, maar te weinig kunst en cultuur. Een andere opmerking is eenzaamheid, niet alleen bij ouderen. Iemand anders ervaart juist hier in Het Hogeland geen eenzaamheid maar juist gemeenschapszin. 

Wilbert blikt terug op de Vonk-avond, waar mensen met elkaar in gesprek en discussie gingen aan de hand van verschillende stellingen. Hij vraagt Jasmijn en Irthe, jongerenwerkers, hoe zij deze avond hebben ervaren.

Jasmijn en Irthe in gesprek met Wilbert van de Kamp

Jasmijn: ‘Er waren weer vele ‘usual suspects’ aanwezig, en ik vond het wat zweverig. Ik sta zelf met mijn voeten in de slik.’ Irthe: ‘Ik kan hier niet zoveel mee, ik ben er veel te nuchter voor!’ Wilbert: ‘Toch hebben jullie een heel belangrijk onderwerp ter sprake gebracht, namelijk het woningtekort voor starters. Jasmijn staat al jaren ingeschreven en om jullie heen horen jullie dezelfde ervaringen. Hoe kunnen we jongeren betrekken? Jasmijn en Irthe antwoorden beiden: ‘Jongeren betrekken en vooral behouden! Ze willen helemaal niet weg uit dit gebied, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht.’

Sara vraagt het publiek om te reageren op verschillende stellingen; 

  • ‘geef ons geld uit Den Haag, wij redden ons er zelf mee’. De reacties lopen uiteen: ‘er is al veel te veel geld opgegaan aan adviesbureaus, dit had naar de inwoners gekund’, ‘blijf weg met je klotenpoen! Een grote som geld kan voor gebieden juist fnuikend zijn’.
  • Je leeftijd is van invloed of er geluisterd wordt! Ook hier zijn de reacties verdeeld; de één ervaart minder gehoord te worden vanwege haar leeftijd, de ander meent dat er niet geluisterd wordt omdat ze zo jong is. 
  • Geef elkaar de ruimte, laat elkaar zijn wie je bent. Een reactie: ‘wel binnen joe zoal, je binnen goud zoals je binnen.’
Publiek aan het woord

Schrijfster Lilian Zielstra vertelt over het inspirerende gesprek met Suus Derks, 19 jaar en vanwege de woningnood wonend in een tiny house in de tuin van haar ouderlijk huis in Hornhuizen. 

Lilian Zielstra

Esmé van den Boom draagt haar verhaal voor naar aanleiding van haar gesprek met Tim Blomsma. Tim was in 2023 prins Carnaval in Kloosterburen. Zijn verhaal gaat over transformatie.

Esmé van den Boom

De gedichten en verhalen zijn te lezen op de website Gronings Vuur onder nieuws: tik verhalen aan, de gemeente Het Hogeland en je vindt 15 verhalen van 15 mensen uit Het Hogeland.

Vooruitblikken naar de voorstelling in september

Daarna is het de beurt aan Bart de Vrees, de artistiek projectleider onder wiens verantwoordelijkheid de voorstelling in september wordt gemaakt. Hij leidt zijn gedeelte in met een muziekstuk, geschreven en uitgevoerd door hemzelf, ondersteund door beeld.

Bart de Vrees

Bart: ‘Ik heb in de afgelopen weken alle bijeenkomsten bijgewoond, heel leuk. Ik heb enorm veel geleerd over Het Hogeland en de inwoners. In de komende periode ga ik aan het werk om de productie vorm te geven die in september wordt uitgevoerd. Wat mij inspireert zijn de taal, toekomst, het landschap, de dialecten en streektalen. In Het Hogeland ga ik aan de slag met de voorbereiding, dit is het eerste deel. Onderdeel hiervan waren de verschillende gesprekken.

De plannen die ik nu heb zijn:

  • I. De reis: een tocht, karavaan. We gaan gedurende een paar dagen onderweg: met grote wagens doen we verschillende dorpen aan. Met optredens, voordracht, dans, discussie en we bouwen aan de wagens. Deze vragen staan centraal: Wat hebben we niet meer nodig in de toekomst? Of juist wel? Wat geven we mee met de karavaan?
  • IIa Voorstelling (De aankomst), publiek loopt mee met de karavaan van wagens en komt aan in ‘het dorp van de toekomst’. Daar is van alles gebouwd. Zelfgebouwde huizen aan het water, waar mensen naar binnen kunnen om optredens te zien, te eten of met elkaar te debatteren. Bart zou graag zien dat dit dorp gebouwd wordt door kinderen, jongeren en jong volwassenen. Een groots plan, maar daar begint alles mee.
  • IIb: Eindvoorstelling: Het slotstuk is een muzikale eindperformance of ritueel. Met zang, koor, blazers, slagwerkers, zelfontworpen instrumenten, dans, tekst en spoken word. De dingen waar we afscheid van willen nemen, sturen we met een boot de zee op.

Iedereen mag en kan meedoen! Meld je vooral aan, Bart geeft aan dat er voor iedereen plek is. Uiteraard doen we ook oproepen voor degene die meer concreet wil weten waar je aan mee kan doen. De plannen werken we de komende weken verder uit. Oproepen verspreiden we via onze nieuwsbrief, de socials en staan op de website.

Nu al aanmelden: doe dat via info@groningsvuur.nl. Voor vragen kan je terecht bij de culturele aanjager Wilbert van de Kamp, die tot en met september er is om inwoners te koppelen aan de voorstelling en de karavaan in september 2024: wilbert@groningsvuur.nl