Verslag en foto's van Kampvuur in Westerkwartier
De CazemierBoerderij in Tolbert was afgelopen vrijdag het decor voor Kampvuur van Gronings Vuur in Westerkwartier. Een verslag van die avond.
Zangeres T A M A R opent de avond op muzikale wijze. ,,Ik woon hier sinds 2021, en dacht: ik hoor hier helemaal niet. Kom uit Lewenborg en voel mij hier nog een beetje ontheemd. Ga ik hier ooit nog landen? Maar misschien heb ik me altijd al zo gevoeld!” Ze laat heel passend een liedje dat ze gemaakt heeft over ‘ontheemd zijn’ horen.



Sara Scholten (namens Gronings Vuur) en Wessel Spijkerman (Kunstkwartier) leiden de avond in goede banen en heten iedereen welkom.
Sara: ,,In de afgelopen maanden zijn we door de aanjagers Elise van der Laan (cultuurcoach) en Geert Huisman (buurtwerker) verbonden met jullie, de inwoners van het Westerkwartier. We hebben verhalen gehoord over wat hier leeft in het Westerkwartier.” Want Gronings Vuur brengt in iedere gemeente – en in de provincie – het gesprek op gang over wat er speelt. Op basis daarvan wordt een voorstelling gemaakt.


Laatste bijeenkomst
,,Vanavond is de laatste van een reeks bijeenkomsten in Westerkwartier. Op deze avond checken we met jullie of we datgene wat we hebben gehoord, goed hebben gehoord. Of dat er nog meer is? We zijn begonnen met een zogenaamde Brandstof-avond in Niekerk waar inwoners hun kennis over een specifiek onderwerp deelden. In De Wilp hebben we een besloten avond georganiseerd: ‘Vonk‘. Dit was een avond waarop inwoners hun mening konden uiten, en vervolgens met elkaar adviezen gaven voor dit gebied. Daarnaast zijn vijftien inwoners geïnterviewd door vijf schrijvers van Noordwoord. Zij laten vanavond allen van één inwoner een verhaal horen. En we hebben twee creatieve werkplaatsen gehouden met professionals uit Westerkwartier, over wat de inhoud en vorm van de uiteindelijke voorstelling zou kunnen zijn. Artistiek projectleider voor Gronings Vuur in Westerkwartier, Karlijn Benthem, licht vanavond een tipje van de sluier op over de plannen.”
Wie is de Westerkwartierder?
Sara laat zien wat er in de afgelopen periode gezegd is over de Westerkwartierder: eigenwijs, trots op diversiteit, nood aan de man: dan samen! Daarnaast is de Westerkwartierder betrokken, een aanpakker, ondernemer en trots op sterk noaberschap. Er is ook gezegd: de Westerkwartierder bestaat niet.
Sara: ,,Herkennen jullie dit?” Een mevrouw uit het publiek antwoordt: ,,Ik mis iets! De toal!”. Een andere inwoner voegt nog toe: ,,We willen graag met rust gelaten worden!”.
Willemijn van de Walle draagt daarna het eerste gedicht voor: ‘Meetellen’. Dit gedicht schreef ze voor Cherelien Wijbrandi-de Brock.
Wessel: ,,Dankjewel Willemijn. Cherelien, hoe was het om te ontvangen?” ,,Ik had ergens ja op gezegd, ben gewoon gaan praten, daar is iets heel moois uitgekomen”, antwoordt ze. ,,Ze kwam bij me langs, legde een loper op tafel en plaatste een plant waar ik ook mee op de foto ben geweest, om een sfeer te creëren. We begonnen gewoon te praten. Voor mijn gevoel ging het alle kanten op. Bijzonder hoe alles samenkomt in zulke mooie zinnen. Mooi, het is goed weergegeven.”
Wessel vraagt vervolgens: “Tel jij hier mee in Westerkwartier?” Cherelien: ,,Ik ben hier opgegroeid, verhuisd maar teruggekomen. Ik voel me hier op m’n plek. Ik heb veel gereisd, maar ook dichtbij huis is het groots.”



Wessel vervolgt: ,,Er is gezegd dat het oude noaberschap verwatert. Er komen forenzen van buitenaf, dat verandert noaberschap. Maar kijk naar Tanya, gevlucht uit Oekraïne. Zij is ook geïnterviewd. Ze sprak op de eerste avond van Gronings Vuur. Ze bedankte de Nederlanders terwijl ze juist zelf zoveel doet voor de maatschappij en de mensen om haar heen. Zij lééft noaberschap.”
Wessel vraag het publiek vervolgens hoe ‘Westerkwartiers’ je je voelt. De reacties: ,,Ik kom hier niet vandaan, woon hier met veel genoegen, maar ik ga ook weer weg.” Iemand anders reageert: ,,Ik woon hier niet, maar heb hier wel lang gewerkt en voel me erg met de inwoners en het landschap verbonden.” Een ander: ,,Ik woon hier sinds 1989 en ben hier geworteld. Mijn kinderen zijn hier opgegroeid, ik woon in een fijne buurt. De opmerking over noaberschap herken ik niet. Bij ons is de burendag uitgegroeid tot een groot succes. Je kunt er zelf aan werken!”.
Een andere inwoonster besluit: ,,Ik ben opgegroeid in Niebert, en we spraken thuis dialect. Later verhuisde ik naar Warffum, op het Hogeland, maar ik voelde me daar niet helemaal thuis. Als ik in mijn moerstaal sprak, zeiden ze tegen mij: ‘Dat is nait goud Grunnegs.”. Sinds 1,5 jaar ben ik weer terug in het Westerkwartier, en dit voelt als mijn thuis.”


Willen we delen in Westerkwartier?
Sara: ,,Tijdens de Vonk-avond kwam een stelling naar boven over ‘delen’. Over het delen van je gemeente, het landschap met toeristen. Hierover liepen de meningen sterk uiteen. Van: we hebben hier in het Westerkwartier veel te bieden voor toeristen tot de behoefte aan rust en dus niet nog meer inzetten op toerisme. Hoe pak je zoiets aan als er tegenstellingen zijn in een gebied? Als mensen andere dingen willen? Nico Boele heeft tijdens de Vonk-bijeenkomst aangegeven dat het niet moeilijk is: ,,Zet de juiste mensen bij elkaar aan tafel, dan komt er vanzelf een plan. Uiteindelijk kom je eruit.”
Wessel: ,,Tijdens de creatieve werkplaatsen hebben we het gehad over de tentfeesten in dit gebied. Deze worden goed bezocht door jong en oud. Er worden zelf kerkdiensten gehouden in deze tenten tijdens festivals.” Iemand uit het publiek merkt op: ,,Dat is al van vroeger.” Iemand anders: ,,Mooie herinneringen heb ik aan La Danza in Grijpskerk, Pruim in Zevenhuizen en de Kruisweg in Marum. En we klagen niet, maar bij nood helpen we elkaar.”
Sara: ,,Er is ook een kanttekening: de Westerkwartierder is iemand die goed zijn eigen boontjes kan doppen, en het zelf fikst. Mensen kloppen pas bij de gemeente aan als alles al is geregeld. En het is soms lastig om alles zelf geregeld te hebben en dan te moeten delen.” Ze vervolgt met een vraag aan het publiek: ,,Wat of waarin zou je graag willen delen?”
,,Ik kom uit Oldekerk”, reageert een inwoner. ,,,En met de dorpen Niekerk en Faan doen we alles samen. Er wordt veel geregeld door jongerenwerk De Smidse. Mensen van 15 tot 70 werken samen.” Iemand anders: ,,Ik zou het dialect willen delen. Ik vind het jammer dat het steeds minder wordt gesproken. Ik ben er mee groot gebracht, het komt uit mijn hart.” Een andere dame: ,,Ik wil niks delen, ik kan het allemaal zelf. Ik wil wel delen als het eenmaal klaar is. Ik doe liever alles zelf, dan weet ik dat het goedkomt.”
Schrijver Lilian Zielstra leest daarna haar gedicht naar aanleiding van haar gesprek met Hans Koenders voor: ‘Tot ze grond hebben’.



De manier waarop we communiceren en naar elkaar luisteren is belangrijk
Sara: ,,Ons is opgevallen dat mensen zich hier soms buitengesloten voelen. Buitengesloten van besluitvorming van de gemeente bijvoorbeeld. Of vanwege de taal. Als je die niet spreekt, hoor je er niet bij.”
,,De volgende stelling kwam naar voren: ‘We hebben een communicatieprobleem in Westerkwartier’. Wie herkent dit?”
,,Uit het publiek volgen weer verschillende reacties: ,,We communiceren met elkaar, en als we elkaar niet verstaan, dan met handen en voeten.” En: ,,Ik kom hier niet vandaan, spreek veel talen maar het Westerkwartiers niet. Ik versta mensen wel, maar ik werk met nieuwkomers die niet altijd begrepen worden en zich soms buitengesloten voelen. Het gaat niet altijd om de taal, maar over hoe we communiceren en naar elkaar luisteren.” Vervolgens vraagt ze waar ze een cursus Westerkwartiers kan volgen en verschillende positieve reacties volgen. Iemand anders: ,,Ik heb het liever over Algemeen Gebruikelijk Nederlands in plaats van ABN. En als beide kanten zich openstellen dan komt het goed.”
Een ander vraagt zich hardop af of de stelling niet anders bedoeld is: ,,Niet in taal maar in communicatie naar elkaar toe. Waarom ik dat denk? Ik ervaar dat vaak in mijn werk. Het heeft niet met taal maar met verschillende behoeften te maken.” Een ander vult aan: ,,Communiceren van boven naar beneden, daar houden we hier niet van”. Op de vraag wie het hiermee eens is, gaan veel handen de lucht in.

Het volgende gedicht wordt voorgedragen door Ingeborg Nienhuis: ,,Ik spreek niet het Westerkwartiers, want ik kom van Zoutkamp, dat is ‘krekt gain Westerkwartaaier”, zegt ze. Ze schreef een gedicht naar aanleiding van haar gesprek met Bob en Hennie Ansing: ‘As de wereld n dörpshoes was‘.



Trots op het landschap
Na de pauze vervolgt T A M A R de avond. Daarna gaat over trots op het landschap. Sara: ,,We hebben vaak gehoord over hoe trots de Westerkwartierders zijn op het landschap. Maar er zijn ook zorgen over de veranderingen in het landschap. Er wordt gebouwd in kwetsbaar landschap, grote hoogspanningsmasten, de zonneparken en straks komt de Lelylijn. Grondeigenaren worden betaald als er gebouwd wordt op hun grond, terwijl het uitzicht en de leefomgeving van andere inwoners hierdoor ook wordt beïnvloed. Inwoners die bijeen waren tijdens de Vonk-bijeenkomst kwamen met een advies: deel bij deze ingrepen de lusten en niet alleen in de lasten met inwoners.”
Wessel stelt de vraag: ,,Wat zouden jullie graag in landschap willen zien of behouden?” Reacties uit het publiek: ,,Het coulisselandschap met de kenmerkende houtwallen verdwijnt langzaam en dat wil ik behouden.” Een ander: ,,Ik zou meer bos willen. En het Leeksterhoofddiep weer laten uitgraven tot het Leekstermeer.”
Laura Meijeren draagt het gedicht voor dat zij maakte naar aanleiding van het gesprek met Dingena voor: ‘Oldehove‘.



Hierna is het podium voor de talentvolle 17-jarige Teun: ,,Ik ben Teun, ik woon in Niehove en spreek de taal van de muziek. Ik speel voor jullie zelfgeschreven muziek op de saxofoon.”
Na luid applaus vraagt Sara hem: ,,Jij wil graag een schoolband? Vertel!” Teun: ,,Ik zit op De Lindenborg in Leek, en ik vind dat wij te weinig doen aan muziek. Ik wil graag een band beginnen. Geen wiskundeclub maar een soort muziekclub.” Sara: ,,Er is gezegd: jongeren verstadsen. Hoe kijk jij daarnaar?” Teun: ,,Wij jongeren zijn meer online dan onze ouders. We zoeken gelijkgestemden online, en vinden mensen over de hele wereld met dezelfde interesses. Het is gewoon makkelijk.”


Wessel gaat hierna in gesprek met Hans Hanneman uit Niezijl. ,,Ik heb een kerk gekocht, en ben daar een opnamestudio begonnen: Recording Studio De Kerk. We gebruiken onder andere oude analoge apparatuur uit 60’er en 70’er jaren. Het is een sfeervolle ruimte, een soort tijdscapsule. Onderhand organiseren we ook concerten, die nemen we ook op. En geven we cursussen opnametechniek etc.”


De vorm van de productie in september: varen door Westerkwartier
Dan is het woord aan Karlijn Benthem: ,,Ik mag mezelf artistiek leider noemen van het project dat we gaan starten na deze periode van luisteren, kijken en tenslotte meedoen. Nu maken we de overstap naar het ‘maken’ met elkaar. Ik stel ook graag de mensen voor met wie ik ga samenwerken: Kim Oosterhoff, Willemien Benjaminse, Saskia Plaat, Henrike Westra, Milena Bleeksma en Daan Soer.”
,,Als kunstenaar hoef je niet naar een doel toe te werken, dat is juist fijn”, vervolgt ze. ,,Wat je doet: goed voelen. Waar gaat het over? Wat is het pijnpunt en waar zitten de wensen? Wat al snel helder was: de voorstelling niet op één plek laten plaatsvinden. We gaan reizen op het water, op neutraal gebied. We gaan nog op zoek naar een route. Vanaf het water kan je het landschap tot je nemen. Het komt terug als hoofdpersoon, als thema en anker. De aandacht moet naar jongeren hebben we gehoord. Op het eindpunt van de tocht maken jongeren een plek waar je als rondvaarder aan mag komen en een feestje mee mag vieren. Heel veel jongeren hebben een bootje en we nodigen ze uit aan te haken op hun eigen moment.”
Roel oppert te gaan varen in pramen en niet in rondvaartboten. Karlijn geeft aan dat Roel Hoekstra de productieleider is en nodigt hem uit om naar voren te komen. Vervolgens stellen alle makers (behalve Henrike Westra, die is niet aanwezig) en ook Roel zichzelf voor.

Saskia geeft aan dat ze oorspronkelijk uit Niekerk komt en nu in Zuidhorn woont. Ze is programmamaker en ontwikkelt muziekprojecten. Vervolgens neemt Kim het woord. Zij groeide op in Marum en is theatermaker. Ze heeft onder meer de openluchtvoorstelling ’16’ in Trimunt geregisseerd. Willemien komt ook uit Zuidhorn. ,,Ik ben choreograaf, werk als dansdocent op scholen en maak voorstellingen.” Daan woont met Milena in Niezijl. Ze zijn bouwers, makers, vormgevers, dj’s en maken alles wat bijdraagt aan sfeer of wat nodig is op festivalterrein. ,,Een concept vertalen wij naar beeld of vorm.” Roel komt uit Marum, hij is onder andere producent en theatertechnicus.






Karlijn: ,,Er hebben zich al veel mensen opgegeven om mee te doen. Als je mee wilt doen, bied je aan! Wij gaan met dit team (ze wijst naar de makers) op 10 april bij elkaar zitten, om uit te denken wat we op de vaartocht laten zien, horen en beleven.”
Karlijn besluit met een reflectie op de avond. Ze eindigt met: ,,Klimaatverandering gaat niet alleen over de temperatuur van de aarde, maar over de temperatuur van het gevoel, het liefhebben. Want natte voeten, gebroken harten en eenzame nachten worden niet opgelost door de overheid maar door je buren en gemeenschap om je heen. Laten we een stukje gaan varen en tot in september!”
Afsluiting
Er volgt een gedicht naar aanleiding van het gesprek met Duncan door Michael ter Maat. Een verhaal over schoonheid. Duncan geeft aan dat polarisatie een papieren werkelijkheid is. ,,Als je bij elkaar aanbelt, kun je meestal met mensen praten.” Michael draagt daarna ook het gedicht voor dat hij schreef voor Diana Willemsen, genaamd ‘Een leven‘.



Wessel sluit af: ,,Ik heb er zin in. Wat een mooie club mensen! Dat gaat vliegen in september!” Publiek reageert hierop: ,,Varen!”
Foto’s bij dit bericht zijn gemaakt door Marijn Boeré.